=

 

Juist in het zwijgen

toont zij haar liefde

gewond, in zichzelf

een masker, een kuil.

 

De telefoon gaat tevergeefs

of je de hoorn neemt of niet.

 

Ik weet niet wat ik

je ga zeggen – de woorden

komen als jij komt

als ik sta te wachten.

 

Er is verlangen in je ogen

als je over de ontbijttafel

kijkt naar verten achter mij.

 

Je luistert naar de stem

in de radio die lente

en weinig wind voorspelt.

 

Je denkt aan bloemen

in de tuin, aan vochtige

vruchtbare aarde.

 

Terugkerend tot de thee

en het dagelijks proza

hoor je nu pianomuziek

Tweeling

 

In een kartonnen doos gelegd

Later gevonden en gered.

 

Opgehaald door Amerikaanse ouders

Door Noorse ouders uit een dorp.

 

Aangekleed in rood pakje, alle twee.

Gekocht in Noorwegen en de VS.

 

De meisjes lijken op elkaar, maar

Er is een oceaan tussen.

 

Ik moet steeds aan haar denken

Rennend over een bergpad.

 

Ik heb een bed voor haar opgemaakt.

Kijk naar de foto van toen: zie je

 

Hoe ze naar elkaar kijken en hoe

Ik mijn hand op haar schouder leg?

 

Waarom woont ze helemaal daar?

Alsof ik in een spiegel keek.

 

Ik krijg een pakje, het ruikt

Naar Noorwegen, naar gras.

 

Vandaag nog maar negen dagen.

Onder water pakken ze elkaar vast.

 

Zelfde badpak, zelfde jurken

Gebaren, bewegingen, zelfde wil.

 

Ze kunnen niet met elkaar praten

Maar ze begrijpen elkaar goed.

 

De ouders kijken er naar

Liefdevol, machteloos.

 

 

Kleur vasthouden in een bunker

half onder duinzand verscholen

maar met een glazen dak.

 

=

 

Kleur heeft een tijdelijk

bestaan, nachtschade

ochtendgeluk als zij terug is.

 

Hoe in de avond

vooral het wil

zich kleurt, geen wit

 

blijkt te zijn

en hoe later

de kleur krimpt.

De voorstelling is van mij

de troost van koeien,

twee koeien, de koppen

 

naast elkaar, zusters

godinnen bij de grens

en het portret van Dante

 

in blauw op de muur

maar vriendelijker, jong

en nog vóór Beatrijs.

Opgenomen worden door kleur

drie muren loodrecht op elkaar

die zich in wit versterken.

 

Blijf kijken, geef antwoord.

Maar hoe kijk ik bij ontij

als ik zelf niet verdwijn?