Het lijkt een opdracht, van wie?

jezelf te leren kennen, maar

we komen niet verder dan de huid.

 

We moeten ons neerleggen bij

wat we willen maar niet kunnen

begrijpen dat elke dag gegeven is.

 

Zoals een duif zichzelf optilt

naar een tak, daar even blijft

en dan wegvalt naar omhoog.

 

Gedragen door het verlangen

aan te komen waar hij moet zijn

laat de vogel zijn gretige poten los.

Advertenties

 

 

God Konijn als beeld

blind voor wat hij aanricht.

 

Zijn oren staan omhoog

te vangen wat er stil is.

 

Zijn armen hangen laag

omdat hij niets kan doen.

 

Zijn smalle lijf draagt

maar nauwelijks het hoofd.

 

Geen lach, geen blik, geen teken

opgesloten in aanwezigheid

die hem niet raakt

maar die vanzelfsprekend

wordt geconsumeerd

zonder iets te verteren.

 

 

Voor de blinde muur gaan staan

los van elkaar, gezwegen, wachtend

nadat zij in vertrouwen naar hem keek

en niet weten wat hij voor zich ziet.

 

Haar hand zoekt steun bij de andere

in los contact, de bloes gesloten

met open flap gevouwen dicht

klemt zich aan een nagel vast.

 

Zijn glimlach gesloten vastgezet

een nauwelijks gebogen streep

staat even stil voor de goede orde.

Hij laat haar; één stap naar voren.

Na het vuur in de St. Petri-kirche in Seehausen in 1676 werd in de noordelijke toren, recht onder de kerkklok, een torenwachterwoning gebouwd op een hoogte van 45 meter. In 1688 was Türmwächter Christian de eerste die naar dit appartement verhuisde, waar hij tot zijn dood in 1704 woonde en zijn taken vervulde. Hij was een medewerker van de stad en had verschillende, met name bewakingstaken, zoals de stadsbrandweer. Maar hij moest ook taken vervullen in de kerk. 18 andere torenwachters, sommigen met vrouw en kinderen, volgden hem tot 1958 op de luchtige werkplek. Na in totaal 270 jaar verliet de laatste torenwacht zijn appartement en zijn werkterrein, omdat zijn taken vervuld konden worden met moderne technologie.
Wat moest de wachter allemaal doen? UItkijken naar branden, elk uur de klok luiden, alles goed onderhouden. Bovenin de toren hadden sommige torenwachters een ruimte uitgespaard waar ze kippen en konijn hielden, zodat hun maaltijden verrijkt werden met eieren en vlees. Moesten de vrouwen dagelijks op en neer? Moesten de kinderen naar beneden om konijnenblad te zoeken? Werd de man niet overspannen van al zijn werkzaamheden?
Er is 70.000 euro nodig om de woning daarboven te restaureren en er voor te zorgen dat toeristen dit alles kunnen bekijken. Nu kan het ook, maar het ziet er beklagenswaardig uit. Er staat ergens boven een oude zinken badkuip. Hoe ging dat met water? En hoe met het koken? En hoe met de stoelgang?

Aan muren, deuren en gevels van huizen en kerken werden vaak figuren uitgebeeld die het boze moesten afweren; dat heet een apotropische handeling. Het gaat om mens- of dierfiguren (fabelachtig). Boze machten zouden de mensen uit die gebouwen mijden. De koppen zijn zo groot als normale koppen, maar kunnen wel anderhalve meter worden. Ze hangen vaak met het gezicht naar het westen, want daar zouden de demonen vandaan komen.
Het ging waarschijnlijk terug op Keltische gebruiken.
Later werden de koppen ook gemaakt voor de lol. Soms onzichtbaar voor de voorbijgangers van kerken, als spel van de beeldhouwer of houtsnijder.

Soms wordt ook een mens afgebeeld omdat men hem of haar bijzonder vond. Zo is er in Lenzen de Katharinen-kerk een zandstenen beeld van Anna Grieben bij de eerste pilaar aan de rechterkant van de ingang. Zij werd ‘Brezeltante’ genoemd, omdat uit haar nalatenschap aan elk kind en onderwijzer papier en brezels werden uitgereikt op vrijdag voor Palmzondag. Dit duurde vanaf de dood van haar kind in het begin van de zeventiende eeuw tot ongeveer 1920. Toen was het geld op.


Hier mag zij rusten in modder
al waait het nu te hard
voor de aansteker, bevende vlam.

Hier aan de rand van het water
dat straks tot rust komt
als de wegwakkerende wind
is gaan liggen.

Ze gieten haar mond vol
haar gezicht.

Voòr de eenzame boomzwarte vork
die dan weer spiegelt, loodkleurig
terwijl in de verte enkele vogels
kalm gaan overvliegen.

De hartklep, ragdunne, buigzame
ordening van drie kleine parachute-
achtige schillen, vouwt zich op zij
laat het bloed binnen in de kamer.

Een ritme barst plotseling uit in
een onbeheerste vergeefse razernij
wegstervend als echo’s in een kloof.

Zullen we nog één keer de tuin ingaan?