Marlene van Niekerk werd in 1954 geboren te Caledon op de boerderij (plaas) Tygerhoek bij Riviersonderend. Ze studeerde literatuur en filosofie aan de Universiteit van Stellenbosch. In 1978 studeerde zij af met de scriptie ‘Die aard en belang van die literêre vormgewing in ‘Also sprach Zarathustra’’. Later studeerde ze filosofie en antropologie aan de UVA 1980 – 1985

Zij ontving vele prijzen voor dichtbundels en romans, onder andere ‘Agaat’.

Zij is nu docent creatief schrijven aan de Universiteit van Stellenbosch.

Onlangs verscheen een bundel gedichten over schilderijen van Adriaen Coorte en Jan Mankes: ‘In de stille achterkamer’.

 

 

Wat een mooie uitgave van Querido!

MvN: ‘In Zuid-Afrika is de tekst van de gedichten in twee aparte boekjes uitgegeven.

Ik heb speciaal op de lay-out in deze uitgave gelet. Het is zo gemaakt dat dat de tekst visueel past bij ieder schilderij.

 

Ben je ook schilder? Want je weet veel van de techniek, van de verf.

‘Nee. Dat heb ik vroeger op school geleerd, en later veel over gelezen.’

 

Je hebt je verdiept in het leven van Coorte, waarvan we niet veel weten.

‘Ik heb het boekje van De Jongh en Plankeel (2015) bestudeerd, waarin gegevens staan over verkopen van zijn schilderijen etc.’

 

Zo wist je ook dat hij misschien apotheker was?

‘Nee, dat heb ik alleen gesuggereerd. Dat is mijn conjectie (toevoeging).

 

In ’n vatting van gekraakte

plint en pieterselievlinder

van ’n ligakkoord op drie

ryp mispels. Jy weet waarom

jy hulle huis toe bring –

dit skeel hul nie dat jy hul

lydsaamheid begeer, hul soet

vermolmings as dade

van jou eie sterflikheid

herken. Op hul voetstuk

van bewerkte klip,

deur ’n skoenlapper

besoek, vang jy hul opulente

ongetraaktheid vas en weet

jou daarby ingereken,

raakgetel, eendag,

maak nie saak wanneer,

in ’n museum met Rembrandts,

Ruisdaels en Vermeers –

deur jou beste vriende

vergesel.

 

De vertaling is van de dichteres met hulp van Henda Strydom:

 

In een kader van gekraakte / plint en peterselievlinder / valt een lichtakkoord op drie / rijpe mispels. Jij weet waarom / je ze hebt meegenomen – / het deert ze niet dat je hun / lijdzaamheid begeert, hun zoete / bederf als een verrichting / van je eigen sterfelijkheid /

herkent. Op het voetstuk / van bewerkte steen, door een /schoenlapper bezocht, strik / jij hun gulle onverstoor- / baarheid en weet je daardoor / inbegrepen, meegeteld, eens, / het maakt niet uit wanneer, / in een museum met Rembrandt,  / Van Ruisdael, Vermeer – / door je beste vrienden / vergezeld.

 

De ‘vatting’ of ‘het kader’ heeft betrekking op de compositie.

‘Ja, de mispels liggen tussen de vlinder en de steen.’

 

En de plint is van steen? Bij ons is een plint meestal van hout.

‘Ach, dat wist ik niet. Een plint is in Zuid-Afrika van steen.’

 

Een peterselievlinder heet ook wel ‘oranjetip’.

‘De verwijzing heb ik uit een gedicht van Faverey. Hij noemt het ook een peterselievlinder. Ik ben een groot liefhebber van kleine beestjes.’

 

Vlinders komen vaker voor in je werk. Ook in ‘Agaat’.

Mispels zijn meestal bruin. Hier zijn ze eerder rood.

‘Ik kende ze als kind. Ze worden pas gegeten als ze helemaal bruin zijn. Ze moeten eerst fermenteren, nadat ze een beetje bevroren waren. Dan zijn ze lekker. Rood? Ik weet niet of het ligt aan de kwaliteit van de reproductie die ik heb gezien, maar als de schilder ze zou maken in de kleur die ik me herinner, dan was er waarschijnlijk niet genoeg contrast met de achtergrond op het schilderij.

Coorte lijkt zich te vereenzelvigen met de mispels. Vaak vind je in zijn schilderijen de aanzet tot bederf. De vanitas-schilderijen die hij heeft gemaakt, wijzen op een zeer groot bewustzijn van de ijdelheid van het leven, ook al is het in zijn tijd de mode. Hij is toch zeer betrokken bij die retoriek van het bederf.’

 

De Schoenlapper is ook een vlinder. Hij wordt ook wel Admiraalsvlinder genoemd of, bekender, Atalanta.

‘Vanwege de klem op de syllaben moest ik aanpassingen maken. ‘schoenlapper’ loopt beter dan ‘admiraalsvlinder’. Ik wil ook afwisseling. Er moet niet te vaak ‘vlinder’staan. Ik wist niet dat je het woord ‘schoenlapper’ alleen mag gebruiken voor de ‘admiraalsvlinder’. Wij kunnen ‘schoenlapper’ zeggen voor hetzelfde beestje als de pieterselievlinder.

Ik vind het ritme belangrijk. Alles gaat voor mij met een soort jambische pols en ik wil die niet al te veel verstoren, maar ik wil hem ook niet al te dreunerig maken. Het moet levend blijven; soms met kleine stollingen.’

 

Ik vind ‘gul’ in de vertaling voor ‘opulent’ heel mooi. Heb je dat zelf gevonden?

‘Ja, het is eigenlijk mooier. Vaak zijn de vertalingen beter geworden dan het oorspronkelijke gedicht. Na afloop van het proces van de vertalingen, zijn de oorspronkelijke gedichten vaak bijgespijkerd om te kunnen stand houden tegen de vertaling. Ik weet niet meer wat de oorsprong was. Die is verdwenen. De gedichten spoken tussen de twee talen.’

 

Advertenties