Als we in het perspectief van Alexei Krups, de charlatan, wereldberoemd spreker (maar waarom?) duiken, blijkt hij dezelfde eruditie en humor en pedanterie te hebben als de verteller. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Krups met zijn praatjes, zijn communicatietechnieken, zijn toneelspel zoveel publiek trekt. Het is niet het publiek dat voor de tv hangt, volgens de verteller, het is geprivilegieerd publiek. Ik kan dat als lezer niet waarschijnlijk vinden. Of behoorden ze toch tot een soort onderlaag, onder de echte bovenlaag?
Het internet der dingen is een bedreiging geworden voor de gebruikers. Al hun gegevens, activiteiten, bevindingen worden doorgesluisd met commerciële oogmerken. De echt rijken beschermden zich tegen het binnendringen van internet door ringen van koperdraad. Ze waren niet aangesloten bij banken. Ze hadden goud, mechanische schrijfmachines, pen en papier. Ze waren niet achterlijk, ze liepen voorop.
Aleixis ligt ‘op een stoel van Le Corbusier, omringd door designklassiekers, Fiona Tan-rip-offs, boekenkasten, kelims samowars, een op zijn kop hangend portret van Baselitz, die hele artistieke rimram die hoorde bij de artistieke status van mijn gastheer’. Bij een congres waar hij spreekt, druipt de muziek van Arvo Pärt van de wanden. Een Amerikaan die hem promoot, beheerst het nieuws door te analyseren wat de lezers willen lezen. Hij laat ze kopen wat hij wil verkopen. Het individu verdwijnt. De almacht en alwetendheid van de nieuwe intelligentie holt onze verantwoordelijkheid uit. Robots en kunstmatige intelligentie nemen de macht over. De mens zou verdwijnen; hij was niet meer dan een door regels aangestuurde dataverzameling.
Bodo wordt naar een onderzoekster gestuurd, die nogal dik is. De verteller heeft het bladzijdenlang over haar vlees en over de lust die ze bij mannen opwekt (‘dat ze hun perverse pornohoofd het liefst zouden verstoppen onder de witte kwabben van haar vissenbuik’).
Uiteindelijk wordt Krups ontmaskerd. Hij blijkt veel verzonnen te hebben en veel te hebben geplagieerd. Hij wordt afgeserveerd door de kranten, die hem eerst bejubelden. En dan volgt geen cliché: hosanna en kruisig hem. Verder grossiert het boek in clichés, maar misschien past dat wel heel goed bij het onderwerp. ‘De pers smult hiervan’.
Waar gaat het boek eigenlijk over? Kort gezegd: de ontmaskering van een charlatan, die zich overigens terecht zorgen maakt om de invloed van het internet, dat de mens als een lege huls blijkt achter te laten. Bodo speelt hierbij een rol. Bodo die een vrouw heeft die niet naar hem luistert, die gelukkig is als ze soep maakt en soep maakt als ze gelukkig is om de geboorte van een kleinkind. ‘het zal niet lang duren of het nieuwe kind zal zich verbazen over de aanhoudende aanwezigheid van een vreemde man in haar bestaan’. Uiteindelijk roept Colette, zijn volwassen vrouw hem naar de soep. ‘Kom nou, lieverd’ zegt ze. Hij hoopt dat het morgen anders zal zijn, maar het komt nooit meer goed. De soep is koud.

Advertenties