Aan muren, deuren en gevels van huizen en kerken werden vaak figuren uitgebeeld die het boze moesten afweren; dat heet een apotropische handeling. Het gaat om mens- of dierfiguren (fabelachtig). Boze machten zouden de mensen uit die gebouwen mijden. De koppen zijn zo groot als normale koppen, maar kunnen wel anderhalve meter worden. Ze hangen vaak met het gezicht naar het westen, want daar zouden de demonen vandaan komen.
Het ging waarschijnlijk terug op Keltische gebruiken.
Later werden de koppen ook gemaakt voor de lol. Soms onzichtbaar voor de voorbijgangers van kerken, als spel van de beeldhouwer of houtsnijder.

Soms wordt ook een mens afgebeeld omdat men hem of haar bijzonder vond. Zo is er in Lenzen de Katharinen-kerk een zandstenen beeld van Anna Grieben bij de eerste pilaar aan de rechterkant van de ingang. Zij werd ‘Brezeltante’ genoemd, omdat uit haar nalatenschap aan elk kind en onderwijzer papier en brezels werden uitgereikt op vrijdag voor Palmzondag. Dit duurde vanaf de dood van haar kind in het begin van de zeventiende eeuw tot ongeveer 1920. Toen was het geld op.

Advertenties