Achter zijn vader stortte de jonge zeekoet

in de schemering zich van de klif

raakte een vooruitstekende rotspunt

bleef verdwaasd liggen terwijl zijn vader

riep en hij wanhopig piepte op het droge.

 

Dat hoorde een grote meeuw, slokte

hem op, te gulzig, kotste hem weer uit

in het water. De zeekoet leefde nog

maar de meeuw kwam terug, rustiger nu.

 

 

 

 

Advertenties