‘Essays in duodecimo’, dat wil zeggen: korte essays. Het zijn er 34.

Vestdijk is de meester van de redenering: hij stelt een probleem of een vraag en besnuffelt dat aan alle kanten; werpt mogelijkheden op, bezwaren tegen die mogelijkheden en dan weer betoogt hij dat die bezwaren toch niet zo ernstig zijn als je misschien zou denken. Hij is niet zo zeer wetenschapper, die immers geduldig een hypothese moet toetsen tot vervelens toe. Hij is wel een rationalist, die gelooft in de waarde van het nuchter nadenken, zonder de irrationaliteit overboord te gooien.

Waarover gaan deze essays? Bijvoorbeeld over historische contingentie: in hoeverre speelt het toeval een rol in de geschiedenis. Wat zou er kunnen gebeuren als bij een veldslag het was gaan sneeuwen? Gebeuren de dingen noodzakelijk? Pascal beweerde dat als de neus van Cleopatra korter was geweest, de wereld er anders uit zou zien, want dan was Marcus Aurelius misschien niet verliefd op haar geworden. Cleopatra had haar neus kunnen stoten.

Vestdijk heeft het over Napoleon. Wat zou er gebeurd zijn als hij in de wieg was gesmoord? Misschien zou een andere Napoleon zijn opgestaan, want ‘in werkelijkheid was hij niets anders dan de exponent van collectieve factoren, het snijpunt van massale bewegingen’. De tijd was rijp voor een Napoleon.

Wat zou er gebeurd zijn als Trump tijdens zijn campagne ziek was geworden? Hoe was het mogelijk dat deze onbetrouwbare zakenman, narcist, leugenaar gekozen werd? De tijd was rijp voor een figuur als Trump, met al zijn grootspraak, trivialiteiten, grofheden, anti-intellectualisme. Zou Vestdijk hem besproken hebben in zijn essays?

Andere onderwerpen: kunstenaar en moraal, roem en waardering, waarom is men trouw?, de intrigant, kunst en droom, het principe van het kwaad, de zin van het komische etc.

 

Advertenties