Het boek van Lieke Marsman ‘het tegenovergestelde van een mens’ gaat over de liefde en over de dood; over de onmogelijkheid van liefde en over de mogelijkheid ervan; over het gat van de taal, dat lijkt op het gat van de liefde, want we verlangen naar liefde omdat we vol zijn en we verlangen om dezelfde reden naar taal.

We kunnen het verlangen naar liefde even stillen met onze lichamen en het verlangen naar taal door het schrijven van een gedicht, waarna we opnieuw gaan verlangen, zowel naar liefde als naar taal, want het was nooit helemaal volmaakt.

Uiteindelijk wordt alles gestild door de dood. Misschien verlangen we naar de dood om eindelijk verlost te worden van het verlangen. Elke inlossing van het verlangen wekt een nieuw verlangen, zoals elke sigaret het verlangen naar een nieuwe sigaret oproept en elke kus om een nieuwe vraagt.

Het boek gaat over angst, omdat we alleen zijn in het onbegrijpelijke universum en omdat we alleen zijn in het samenleven met de ander, met de anderen.

Het boek is een roman omdat het het verhaal vertelt over een jonge vrouw die is afgestudeerd als filosofe en die verliefd is op een andere vrouw, die echter aan het slot vertelt dat ze verliefd is geworden op een ander. Ze zijn aan het kanoën en worden overvallen door een vloedgolf als gevolg van een doorgebroken dam in de Italiaanse alpen. De dubbele catastrofe wordt voorbereid door het gevaar van de dam te benadrukken en door het feit dat de eerste vrouw te veel aan zichzelf denkt. Ze denkt altijd veel aan van alles.

Het boek is een filosofische verhandeling over eenzaamheid, angst en een verhandeling over klimaatwisseling, de arrogantie van de mens die zichzelf in het middelpunt plaats en daarmee al lang zijn leefwereld kapot maakt.

 

 

Advertenties