Tedere arbeiders, broeders

handen die hun werk doen

lopen, strelen, slaan.

Het instrument zingt verrukt.

 

Maar soms mag hij met de piano

spelen: de toetsen bewegen

de vingers, de handen, polsen

armen en uiteindelijk zijn hoofd.

 

In het hoofd resoneert de melodie

wil naar buiten door de mond.

 

De dwerg mag zien

wat zijn vingers doen.

De intelligente dans

van een godgelijke debiel.

Advertenties