1

Iemand zegt: ik ga kijken

naar het station dat weg is.

Hij stapt op de fiets en rijdt

naar het verleden.

 

Hij komt aan bij niets

en stapt af.

Hij kijkt naar niets.

 

Een ander ziet hem staren

vraagt wat hij doet.

Hij zegt: hier stond het station.

 

De ander gaat ook kijken.

Hij ziet niets: in zijn hoofd

een beeld van niets.

 

2

De tedere inklemming van je huid

en je onderhuids weefsel

door de banden van wat je borsten

steunt onder de zachte trui.

 

Onzichtbaar, zichtbaar alleen

de holte, een zoete inkeping

waar de lijn van je flanken

zou moeten doorlopen.

Advertenties