Het is nu 02.15 hier. Ik kan niet slapen, dat wil zeggen; ik word steeds geplaagd door een nachtmerrie. Het begint met een theatervoorstelling. Ik parkeer met moeite een pas gekochte tweedehands auto. Als ik terugkom uit een verwarrende voorstelling kan ik de auto niet vinden. Hij blijkt gestolen door de vorige eigenaar, die nog een set sleutels had. Hij blijkt stapelgek en beheerst een complete dorpsbevolking in een gedegenereerde streek, waarvan de jeugd permanent dronken is. De politie staat machteloos. Allerlei idioten bedreigen ons. Roel weerstaat alles dapper en waardig. Ik heb geen schoenen. We besluiten te vluchten over het strand, maar we lopen steeds vast. Twee vrouwen die we kennen worden opgegeild door Fellini-achtige, sadistische boeren. Ze doen uit zelfbehoud of ze het prettig vinden, maar hun opgezwollen tepels slinken uit schaamte als wij er aan komen. Hans en Marjan S. horen ons verhaal aan. Hans heeft het alleen maar over het verwaarlozen van de tuin van hun overburen en over de constructie van het huis en over hoeveel de buurvrouw al heeft uitgegeven aan het huis. Ze komen niet op het idee ons uit deze wanhopige situatie weg te halen. We gaan iemand zoeken die ons kan redden, maar op het strand worden we ingehaald door lachende beulen. Mijn vrouw weerstaat ze, ook als een grijnzende tandeloze lange man een soort ijzeren halve ring om haar nek slaat. Ik schreeuw: dat mag je niet doen! Dan besluit ik uit bed te gaan en dit weg te schrijven. Ik hoop dat het helpt.

Advertenties