I

 

Wat ogen verstouwen kunnen

en handen die het maken

de glans van koper, druiven,

satijn, een edelsteen.

 

Nu pas de schaduw van de hand

gezien en de handschoen en de kip

van de marketentster.

 

 

 

II

Gewandeld in het landschap

rechts achter de heuvel

zon en luiheid, arcadië

zoals het nog op een paar plekjes

bestaat, teruggelopen met de ogen

naar boven, takjes gezien, een kikker

 

en de vliegen – dat was even wennen

zo groot als de vogels boven de hals

van de stier in de schaduw van verf.

Advertenties