Er gebeurt heel weinig in Paterson, al schreef William Carlos Williams er over. Er is een chauffeur van een bus die Paterson heet en gedichten schrijft; liefdesgedichten onder andere voor zijn mooie, artistieke vrouw Laura,  die gordijnen en kleren beschildert in zwarte en witte rondingen en stralen. Zij maakt ook cupcakes, die ze bespuit met witte kringen, zoals alles. Zij verkoopt ze op een boerenmarkt en verdient daarmee een paar honderd dollar, waarna ze haar man trakteert op een griezelfilm. De film Paterson begint in bed van het liefdespaar. Paterson wordt wakker, kijkt op zijn horloge, kust zijn vrouw, ontbijt en loopt naar de garage van zijn bus, waar hij verder schrijft aan een gedicht over lucifers, over meer dimensies, in de stijl van Williams. Een collega vraagt hoe het met hem gaat. Goed, zegt Paterson. De collega somt op wat er met hem allemaal niet goed gaat. Paterson start de bus en rijdt door de stad. Allerlei passagiers vertellen elkaar over wat ze gezien hebben of gelezen, over vrouwen, over anarchisme en zo voort. In de bus zit een oude tweeling. Die ochtend heeft Laura, die overdag droomt over succes als ontwerpster of countryzangeres, gedroomd over een tweeling die zij samen krijgen. Voorlopig is er alleen een hond, een Engelse bulldog, die op een stoel springt als Paterson thuis komt en die hij ’s avonds uitlaat en parkeert bij een café waar hij een bier drinkt en praat met een cafébaas die schaakt tegen zichzelf. Er is ook een man die steeds wordt weggestuurd door zijn vriendin. Op een avond in de week die de film vertelt, trekt hij een neppistool en dreigt te schieten. Paterson werpt hem op de grond. De cafébaas laat lachend het propje zien dat uit de loop komt.

Laura staat er op dat Paterson zijn gedichten copieert en de wereld in stuurt. Zij is van mening dat hij een groot dichter is. Op de avond dat zij naar de bioscoop gaan, laat hij zijn notitieblokje liggen op de bank. De toeschouwer van de film voorziet dat het fout gaat, zoals hij gedurende het kijken naar de film vaker denkt dat er iets fataals gaat gebeuren, maar de bus krijgt alleen maar een keer een elektronische storing, waardoor de passagiers moeten uitstappen en Paterson de busonderneming moet bellen met de smartphone van een klein meisje. Hij heeft zelf geen telefoon, omdat het ook zonder kan. Op een dag ontmoet hij een klein meisje dat gedichten schrijft en een gedicht voorleest. Ook in de stijl van Williams.

Als ze uit de bioscoop komen heeft de hond zijn gedichten tot snippers geknauwd. Er is geen copy. Nu denkt de toeschouwer dat Paterson de hond afstraft, maar alleen Laura stuurt de hond naar de garage. Is de hond jaloers op het liefdespaar? Hij blaft steeds als ze elkaar kussen. Hij trekt Paterson voort tijdens het uitlaten. Hij trekt het paaltje van de brievenbus steeds omver. Als Paterson thuis komt van zijn werk, duwt hij het paaltje weer recht. Hij is wellicht boos omdat Paterson hem alleen laat bij het café, met het gevaar dat hij gestolen wordt. Laura vraagt of hij even alleen wil zijn met zijn verlies, maar hij zegt: ‘Het zijn maar woorden.’ Wel gaat hij een stukje lopen, zonder hond. Hij gaat op een bankje zitten met uitzicht op de rivier en een waterval. Er komt een Japanner uit Osaka. Een klein gesprek komt op gang over Williams. Als de Japanner weggaat, geeft hij Paterson een mooi notitieblok. Paterson pakt zijn pen en begint te schrijven. Einde film? Nee, de volgende maandag wordt Paterson wakker op de gebruikelijke tijd, kust zijn vrouw en gaat naar zijn werk.

 

Advertenties