Je stond stil voor de vesting

van Monteriggione, hoog te paard.

Je keek rond, dacht: het lijkt hier

op thuis, op de heuvels van Essex

de muren hebben dezelfde kleur

maar de heuvels zijn langer en hoger.

 

Als een ekster vlieg ik hier heen

en weer om iets van je op te pikken

een voetstap, een verdwaalde tekst

afbeelding. Wat wil ik? Je beeld zweeft

me voor. Nadenken over wat je was

nu je weg bent, met alle anderen voorbij.

 

 

 

Als je wilt kun je alle bevelen geven

standvastig gedrag ligt in jouw macht.

Water en vuur in jouw handen, strek ze

uit naar wat je maar wilt: leven en dood.

Je hebt inzicht, je ziet alles van je soldaten.

Jouw ogen rusten op wie je vrezen.

 

Toen je zeventig was, vocht je nog

voor Firenze, als kapitein-generaal

strateeg van een groot leger aan de Arno.

Op je vierenzeventigste wilde je naar huis

maar je hart haalde het niet, dood

werd je geëerd in de machtige stad.

 

Ik was in je kasteel John, in Montecchio

hoog boven de moerassen die je deden denken

aan Essex. Bouwde jij de centrale toren

honderd voet hoog zoals de Norman Keep

van Castle Hedingham, snel voor je dood

of adopteerde je hem om te imponeren?

 

Wat weten we weinig van je, we weten

niet eens waar je woonde binnen de muren

op de heuvel, met Donnina en drie dochters

wat ze deden als je weer op tocht was

hoe vaak je thuis was, hoe je ze omarmde

als je terugkwam, moe en voor hoe lang?

 

Vannacht sloop even je geest door mij heen

het leek of een ijzeren hand mijn hart raakte.

Daar was je, in mijn halve bewustzijn tot

ik wakker draaide, vanmorgen scheen de zon

maar in het donker van de nacht rilde ik

om het zwarte onheil van je geweld.

 

Hoe leef je dagelijks met het zicht

op de dood? Misschien niet anders dan wij.

Wanneer je aan de beurt bent, ben je

aan de beurt. De pijl met jouw naam

is altijd onderweg en als hij zijn doel

gevonden heeft, is het al voorgoed voorbij.

Advertenties