Vandaag lopen zes jonge mannen

in een tunnel onder een spoor.

De jonge vrouw die van de andere

kant komt, wordt gepakt, ontkleed

aangerand, bloedend achtergelaten.

De enige reden was het feit dat ze daar liep.

 

Eerst de handen, de neus, de oren er af

daarna armen en benen tot het lijf

in de sloten werd gegooid als voer

voor de honden en kraaien, dit alles

als niet op tijd losgeld werd betaald.

De soldaten jong, heet en belust op bloed.

 

Voorop de mannen met lansen, zo zwaar

dat twee of drie deze droegen, de lange

ijzeren punt ging door alles heen.

Dan kwamen de schutters met manshoge

bogen, afgestegen van hun paarden

alsof ze op wilde beren joegen, laag

 

de lans, de dragers langzaam lopend

met kleine passen naar de vijand

gedekt door schutters, pijlen klaar

met schorre gescandeerde schreeuwen

gesloten front, onbreekbaar levend

elkaar dragend met wonden, vooruit.

 

 

 

Na de aanval vijanden rapen, de levenden

van alles beroven, vrij laten of verkopen.

De gewonden helpen door een laatste slag

of Sebastiaantje spelen, bindt de vijand

aan een boom en kijk na hoeveel pijlen

hij sterft. Niet in navel of oog schieten!

Advertenties