Ik zorgde later voor mijn mannen

omdat ik ze nodig had, maar

vooral omdat ze waren zoals ik

met harde spieren en honger.

We trokken samen op, waren trouw

aan elkaar tot het laatste moment.

 

Als de arme man je graan ziet

en ziet dat je het vasthoudt

tot een hogere prijs, vervloekt hij

je huis en zal het in brand steken.

Houd je pakhuis verborgen

jaag hem weg, schiet pijlen op hem af.

 

Wij vertrapten het graan en de gerst

staken de velden in brand

terwijl de mensen honger leden.

Wij zetten het bestuur van de stad

onder druk. We wilden geld.

Rumoerden onder de muren.

 

‘Een huursoldaat tot ridder slaan’

zegt een ridder, ‘is een mesthoop

bedekken met een zijden laken

zodat het niet meer stinkt.’

Ridders beschermers van vrouwen

en wezen? Beschermers van eigen profijt.

 

Misschien kon je noch lezen noch schrijven, John.

Je dicteerde, je liet je voorlezen en je begreep

de boodschappen beter dan de lezer, schrijver.

Je leek op de hedendaagse hotelmagnaat

die alles liet noteren door een ondergeschikte.

Je corrigeerde hem of je alles doorzag.

Advertenties