Museum Voorlinden is een kermis in een mooie lichte glazen koekdoos. Bij de jongste attractie staat een lange rij mensen te wachten tot ze naar binnen mogen. In een gesloten ruimte, voor de helft gevuld met blauwe ballonnen (Work No. 628 (2007)) moet je je bewegen naar een deur, waarbij ook een suppooste staat, die  er voor zorgt dat met de bezoeker geen ballonnen ontsnappen. Net als bij de Efteling of een ander pretpark laat een suppoost je bij de eerste deur één voor één naar binnen. Sommige bezoekers verdwalen in de ruimte. Er wordt gewaarschuwd voor een claustrofobische situatie, want binnen in de ruimte zie je niet meer waar je bent. Met voldoende richtinggevoel ben je snel aan de overkant, terwijl je de ballonnen wegduwt. In de begeleidende folder staat: ‘De bewustwording van het eigen lichaam speelt een belangrijke rol in dit werk. Wanneer je er doorheen loopt, laat je het werk bewegen. (…) Meer dan ooit voel je hoe je met je eigen lichaam ruimte inneemt en hoe je je verplaatst door de zaal. De lucht die onzichtbaar is en normaal gesproken als lege ruimte wordt beschouwd, krijgt ineens vorm door het flinterdunne latex jasje van de ballon. Het is het (bijna) volle dat het (bijna) lege pareert.’ En zo komen we (bijna) uit bij Zen. Na een uur of wat zie ik de tweede suppooste slappe ballonnen doorprikken en in een afvalzak stoppen. De ballonnen moeten vol lucht zijn. Elke dag moeten er tweehonderd ballonnen worden vervangen.

 

De tentoonstelling heet SAY CHEESE en ‘nodigt je uit op ontdekkingsreis te gaan in het universum van Martin Creed (1968): een belevingswereld vol humor en zelfspot maar ook met een kritische blik op de maatschappij.’ In zaal 2 staan 39 metronomen een verschillend metrum te tikken. De folder zegt dat het een poging is van Martin om de wereld te ordenen. Martin is dol op reeksen dingen in variabele vorm of grootte. Zo is er een rij potjes met cactussen van klein naar groot. Buiten staan vier verschillende boompjes van klein naar iets groter. Binnen stapelt hij vier tafels op elkaar of hij zet vier auto’s naast elkaar. Grappig is dat je van een suppoost niet tussen de auto’s mag lopen. Ik zag een kampeerauto die me interesseerde, maar ik mocht niet goed naar binnen kijken en zeker geen deur openen. Achterin de auto’s lagen schilderijen met kleurvlakken. Martin, zo zegt de folder, haalde zijn rijbewijs pas op 40-jarige leeftijd. Er is een verzameling brandende lampjes, allemaal verschillend of een verzameling ballen, niet één gelijk, maar ze heten allemaal bal.

Er is een lange gang met uitzicht op de grasruimte voor het museum, tot aan een weg waarachter huizen staan; verschillende huizen. Op de weg rijden verschillende auto’s van links naar rechts en van rechts naar links. Soms een fietser. Er lopen ook wel mensen met honden. Ik heb ze gezien omdat ik vrij lang op een prettige bank zat te kijken, terwijl 5 atleten langs kwamen rennen. Sommigen deden heel erg hun best, anderen liepen alleen maar hard. Ze moesten lopen ‘alsof hun leven ervan afhangt’. Uren achter elkaar. Er zijn twee teams, zodat de atleten kunnen rusten. ‘Martin kwam op het idee voor dit werk toen hij de catacomben van een klooster in Palermo bezocht. Hij had nog maar 5 minuten voor sluitingstijd om alles te zien en besloot daarom rennend alles te bezichtigen.’

Buiten staat een tekst in metaal: Éverything is going to  be alright’. Ik vertel een suppooste, die zelf kunstenaar is en geld verdient met dit werk, dat ik eens manshoge letters in een weiland wilde zetten met de letters HET GRAS VERGETEN, maar er was geen budget voor de uitvoering. De suppooste is matig geïnteresseerd en vindt mijn observatie van de auto’s op de weg evenmin erg interessant, want die weg behoort niet tot het museum.

Advertenties