Je hoort een moord voor je hem ziet
neergeschoten, liggend in modder, bloed.
Een kreet uit een raam van de weduwe
zonder middel van bestaan. De regen
stuitert op het lichaam, zeven en dertig
geworden, neergeschoten door een man
achterop een motorfiets, onbekend.

Elders in de stad op een trottoir
tussen de rails van een tram
vlak voor een jongensschool
naast een eettent, op een matras
in een slaapkamer, op een sofa.

Soms een meisje van zeventien
naast haar vriend, neergeschoten
naast haar pop, bebloede pop.

Ook wel een gevallen motorfiets
samen met bestuurder en bijzitter
korte paarse broek, zijn hoofd
in scherven, op asfalt, glanzend.

De baas van het land heeft gezegd:
schiet ze neer als konijnen, hazen.

Sommige hoofden van lijken
omwonden met plakband
soms een karton met zwarte tekst
‘afgestraft’, neergesmakt als vuile was.

Advertenties