Naar aanleiding van Frits Abraham over Pfeijffer hebben mijn vrouw en ik een discussie over de schrijver van ‘Brieven uit Genua’. Frits verbaast zich over het ontbreken van dat boek op de lijstjes, maar hij vergist zich: Coen Peppelenbos zette het boek boven aan. Ik houd niet van Pfeijffer. Ik vind hem te zelfingenomen Dat vindt Frits geen bezwaar) en te koud. Zijn gedichten zijn me te rijmelend. Ik hou niet van toeters en bellen, van te veel show, maar ik moet toegeven: a. dat P. een intelligent man is; b. dat hij een goed Graecist is en een knappe schrijver over klassieke letterkunde; c. dat hij kan schrijven; dat zijn engagement met vluchtelingen oprecht is.
‘Nu’, zegt mijn vrouw, ‘dat is toch mooi dat iemand zo veel nuances kan oproepen.’
‘Dat voegen we dan maar toe aan het positieve rijtje.’

Advertenties