De waard van Pötenitz heeft de leeftijd van een oorlogskind. Wat is er gebeurd met hem in zijn dorp? En later tot 1989? De grens met het westen lag niet ver van huis, maar hij kon er niet komen. Of was hij toen misschien grenswachter en keek hij vanaf de smalle engte tussen Priwall, dat nog net bij het westen en Lübeck hoorde, tussen de Pötenitzer See en de Oostzee, naar Travemünde, naar de vrijheid van de haven daar? Gewone mensen uit Pötenitz konden daar niet komen: wachttorens, prikkeldraadhekken, stroken met mijnen, honden. Gewone mensen uit Priwal konden alleen met een veerboot naar Travemünde en de rest van de westelijke wereld.

Hij schenkt koffie. Een andere, vaste, klant hangt aan de bar en drinkt bier. Ze kijken af en toe naar de tv waar een programma is met mensen die antieke voorwerpen laten keuren en geïnteresseerd zijn in wat ze mogelijkerwijs kunnen opbrengen. In dit programma krijgen ze te horen dat een schilderijtje van een negentiende-eeuwse  deftige man misschien wel €600 kan opleveren. In dit programma gaan ze daarna naar een vijftal handelaren die het voorwerp ook bekijken en bieden of niet. Nu wordt €250 geboden en cash betaald. Het echtpaar, bezitters van het schilderijtje, haalt de schouders op: geld is geld, en ze laten het schilderijtje bij de handelaar.

De waard rookt sigaretten in zijn eigen omgebouwde huiskamer. Was dit in DDR-tijd een clandestiene  kroeg of heeft hij pas na de Wende alcohol geschonken? Hij kookt ook. Er is een keuken met allerlei pannen en er staan zes tafels aan de andere kant waar je dus wat kunt eten. Alleen na zessen? We vragen het niet, zoals wij niet vragen naar zijn verleden. We kennen de verhalen wel zo’n beetje. Es war nicht alles slecht. Er was solidariteit, warmte, huiselijkheid. Er was geen honger, ook geen verleiding. Er was medische zorg, gratis onderwijs. Ja, je had opportunisten, die je in de gaten hielden. Je moest niet naar het westen kijken, maar ach die opportunisten had je nu ook en er was veel kou gekomen, onverschilligheid en ja, ook armoe, terwijl de rijkdom van sommigen alleen maar toenam. Het wordt nooit goed. We leven nooit in een paradijs. Tegenover de huiselijke kroeg staat een afschuwelijk witte villa met witte pannen bedekt en met een wit hek omgeven.

==

Advertenties