Klei, zwak zandig tot zwak siltig
kalkloos, massief of horizontaal gelaagd
soms met dunne laagjes fijn tot matig
fijn zand, zeer hard, blauwgrijs en bruingrijs
plaatselijk met groengrijze tinten.

Kleilagen uit verpulverd gesteente
we noemen het aarde, het hete van miljarden
jaren geleden dat langzaam afkoelde
en door elektrische ontladingen
leverde aminozuren, bouwstenen van leven.

Voor mij leeft de klei, ik wil voelen
wat ik in mijn handen heb, het vormen
de cyclische processen in de natuur
het dode begint te leven, vormt
fossielen, schelpen, het breekt.

De oppervlakte laat zich lezen
als een proces, alles breekt naar
de dood, maar alles begint weer
in een andere vorm, het gaat niet
om mijn ik, vingerafdruk.

Ik heb een gevoel, een emotie
die ik doorgeef tot de aarde
ons zonnestelsel verbrandt
ontploft, sterrenstof vormt
voor nieuwe planeten.

Het leven heeft geen begin
omdat het er altijd is geweest
er altijd zal zijn: niet ik ben die ben
maar er is wat is, geen raadsel
altijd weer lente en narcissen.

Altijd weer: je bent zo lief voor mij
je hebt geduld met mijn weg zijn
als ik wil aanpakken zonder
gepraat, als ik weg wil zijn
in een roes, als ik altijd weg ben.

Advertenties