Moet je ‘Zachte riten’ van Marja Pruis twee maal lezen of vaker zoals je een gedicht meermalen moet lezen om er in door te dringen?
Er zijn vele terugkerende elementen in ‘Zachte riten’.
De beroemde schrijfster die de ik-figuur Guusje vroeger in New York interviewde, heeft slokdarmkanker. De vriendin van Guusje, later in Amsterdam als ze poëzielessen geeft aan de universiteit heeft ook kanker.
De verschillen tussen mannen en vrouwen; de aandacht voor billen of konten en zelfs zoiets gewoons als pompoenen. Tanden poetsen. Kaarsje op de taart. Gewassen haren.
Er is een stroom van gedachten tussen de vertelling door. Antwoord op vragen wordt gegeven na de gedachten van Guusje, die vrij associeert en houdt van juxtapositie, maar dat is natuurlijk de auteur. Je moet als lezer de gang van zaken goed in de gaten houden. Lucas, haar broer, met wie ze in New York is, heeft het over ‘wijvengedoe’ (de kringbijeenkomsten van de beroemde schrijfster) en hij vraagt aan zijn zus: ‘En moet jij er dan aan meedoen?’ Guusje laat haar gedachten gaan en een bladzij verder zegt ze: ‘ Ik moet verder niks. Ik moet haar alleen interviewen.’
De lobby van het hotel was majestueus, maar het was alleen maar decor, zoals ook het bankje waarop Guusje moet wachten op de schrijfster, decor lijkt.
‘Het was een verhaal dat de neiging had alle kanten tegelijk op te groeien maar dat toch in wezen draagbaar bleek.’ (Zoals het verhaal van Marja Pruis.) Dit is een citaat uit ‘De Lachvogel’ van Salinger. Lucas heeft het boek met zijn verhalen meegenomen en Guusje ziet een aangestreepte passage, die ze overneemt met “Tanden poetsen’ en al. ‘De Lachvogel’ is een waanzinnig verhaal, boordevol onbegrijpelijke maar mooie poëzie.

Niet alleen Salinger klinkt door in het proza van Pruis, ook Sebald en natuurlijk Virginia Woolf en Marilyn French met al haar ‘denkmomenten’, en Patricia de Martelaere met haar verlangen naar ontroostbaarheid.
Het is oktober 1999. Guusje is 25, Marja Pruis 40. De Twin Towers zijn er nog. De schrijfster noemt zich een boze vrouw. Eén van de poëzie-studenten is Boos Meisje.
Cézanne laat zien dat je tegelijkertijd op twee verschillende manieren naar iets kunt kijken. Er is in de schilderkunst die Lucas en Guusje in New York bekijken veel juxtapositie.
‘De beste verhalen zijn niet van a naar b, en zijn in principe plotloos.’
De Nederlandse studente bouwkunde die vol goede moed vertrok naar Mexico, uitgewuifd door haar liefhebbende vader, wordt daar verkracht en vermoord. Guusje denkt aan haar in het zicht van Brooklyn Bridge, een ketting van lichtjes en ze denkt aan haar vader die in de steek is gelaten door haar moeder en die zijn kinderen liefdevol heeft opgevoed. Hij zal net als Guusje Lucas kwijt raken. Verdwenen. Maar nu is Guusje nog gelukkig. Dat geluk, die eenheid, vlak voor de ramp. Er is nog de sfeer van het motto van Nooteboom, in oktober.
De schrijfster heeft het over de zekerheid dat de wereld ten onder zal gaan en aan het feit dat mannen permanent in angst leven. Het boek wordt hier akelig actueel. Studenten die door harde riten heen moeten om man te worden. (Ontgroening)
‘Wat je leert als je geboren wordt door een man is angst voor en gehoorzaamheid aan de man die boven je staat.’ ‘In ruil daarvoor krijg je twee dingen: de mogelijkheid om zelf die man te worden, ooit, en dominantie over de vrouwen in je leven. We weten allemaal dat het bijna niemand lukt om die man aan de top te worden. En ook hun vrouwen doen nooit helemaal wat ze willen. Dus bijna alle mannen leven in angst.’ ‘Alle terreur die mannen uitoefenen komt voort uit gevoelens van persoonlijke vernedering. Onmacht die zich vertaalt in geweld.’ (Trump)
Guusje schrijft later op het bord: ‘Les één: niet bang zijn.’

Advertenties