Toen ik met je praatte in het sleetse landhuis
wist ik je gevangen, maar kon niet helpen
alleen herkennen wat voor en achter de grens
hetzelfde was: schurft, lafheid, ogentroost.

Veel later vond ik je terug, de deur stond open.
Terwijl je vertelt hoe de honden verdwenen
zie je plotseling wat ik zie: het stremmen
bij je pols. Het enige wat je bereikte

was niet het vrije leven. Je grijnst om mijn blik
en zwijgt, terwijl je de mouw van je dun geworden
vest steels naar beneden schuift.
=

Advertenties