Ons woord ‘ziel’ is verwant met het Gotische  ‘saiwala’. Dat heeft met eeuwigheid te maken. Het Griekse woord ‘psyche’ betekent zowel ziel als vlinder. In veel talen is het woord ‘ziel’ verwant met adem. In de bijbel schenkt Gods adem leven aan de eerste mens.
In het hindoeïsme heeft ieder schepsel zijn oorsprong in het goddelijk wezen, het universele, alles omvattende , alles doordringende Zelf, ook wel Brahman genoemd. Atman staat voor de individuele ziel, die in wezen één is met Brahman. Volgens het boeddhisme is alles een illusie. Er is alleen een leegte die tegelijk vol is.

In de Middeleeuwen beschouwde men de ziel als een individuele vonk van de goddelijke ziel.
Volgens Henry James is de zichtbare wereld een onderdeel van een spiritueel universum, de relatie met het Absolute is ons hoogste doel en daarmee de connectie met het Absolute waarin de relatie opgebouwd wordt.

Ik zou de ziel willen beschrijven als het individuele contact met het universele collectief. (Ik realiseer me dat deze modaliteit meer te maken heeft met geloof dan met wetenschap, maar misschien denkt Whitehead daar anders over.)

Een gedicht van Ida Gerhardt:
PSYCHE

Ik las de Phaedo met mijn vijfde klas
en in de tekst kwam het woord psyche voor:
ik legde, aan ’t nog kinderlijk gehoor,
uit waarom psyche ‘ziel’ én ‘vlinder’ was.

Terwijl ik nóg eens de passage las
was er ineens een ritseling, en een spoor
van glanzen kwam, van ’t raam, de ruimte door.
Er zat een grote vlinder voor ’t glas.

Het was een dagpauwoog. En ieder zag
de purperen gloed, die op zijn vleugels lag;
de ogen, waar het aetherblauw in brandt.

Ten laatste – hij zat rustig op de hand –
bracht hem een jongen weg. Onaangerand,
zei hij, was hij ontweken naar het blauw.

Ida Gerhardt was niet alleen een goede dichter, maar ook een inspirerende lerares, getuige de uitspraak van de jongen

Advertenties