Plotseling zag ik door een open ruimte van de boekenkast
een jonge man zitten, stoïsch, met getaande huid, stil
kijkend naar voren. Hij moest ons kunnen horen praten.
Waarom had mijn gastvrouw hem niet voorgesteld?
Waarom zat hij daar zo kalm als een Indiaan
die wacht op een medestrijder die zeker komen zou?
Op zijn hoofd een muts van katoen, gebreid in spiralen,
die haar kale hoofd binnenkort moest bedekken.

Hij wachtte eenvoudig tot het niet meer nodig was.

Advertenties