Een typerende passage voor het schrijven van Iris Murdoch (in ‘De eenhoorn’) is de volgende. Een man, E., bezoekt zijn oude leermeester en wordt opgehaald door een vrouw, A,  die verliefd op hem is of denkt verliefd op hem te zijn. Hij buigt zich naar haar over om haar te kussen, maar zij zegt dat hij het niet moet doen, omdat zij verkouden is. E. gaat op bezoek bij H., een vrouw op wie hij verliefd is, of denkt te zijn. Hij wil niet aangestoken worden zodat hij H. zal aansteken en dan staat er: ‘Hij kuste A op haar lippen.’
De lezer denkt: wat krijgen we nou? Hij wilde toch niet? Toch doet hij het. Murdoch maakt duidelijk dat mensen dingen doen die ze niet willen. Wat is het dat ons drijft zulke dingen te doen? Zijn wij niet in staat om niet te doen wat wij niet willen. Worden wij bestuurd door iets in ons waar we geen gezag over hebben? Of is er een duister lot, een atmosfeer die ons stuurt?

Soms is de omgeving, en zeker in dit ‘Gothische’ verhaal, (Gothic), bepalend voor de sfeer die de personen beïnvloedt, alsof de dingen sterker zijn dan wij en alsof de dingen onze gevoelens bepalen: ‘Een geur van hopeloosheid kwam hem van het haveloze meubilair tegemoet. De kamer torste oude herinneringen aan zijn bezoeken’.

De personen in de roman hebben allerlei gevoelens, soms tegenstrijdige tegelijk. Het is allemaal erg verwarrend en onzeker. Men denkt van iemand te houden en op het moment dat men het denkt is het waar, maar later blijkt het een illusie of een drogreden of een tijdelijke zwakte. ‘Marians opgetogenheid verliet haar, maar haar vreugde verdonkerde en verdiepte zich. (…) Haar verlangen werd sterk en rustig en plechtig alsof er iets uit het moeras, iets dat niet vijandig was doch zeer oud, boven het zweefde, de ritus leidde.’ Zij geeft zich dan aan D. die dat niet kent en eigenlijk ook niet wil, maar het laat gebeuren. Later leidt dat tot niets. Hij vertrekt en zij begrijpt dan dat zij niet van hem houdt.

In deze roman zijn er allerlei gevoelens die onderhevig zijn aan gebeurtenissen die de gevoelens later weer te niet doen. Niettemin zijn ze op het moment dat ze beleefd, ervaren worden, waar.

De eenhoorn is een gevangen wezen, in deze roman niet onschuldig, raadselachtig en sterk op zich zelf betrokken.

Advertenties