Schrijvers willen gelezen worden; ze willen soms ook roem en geld vergaren, maar het kan ook anders. Leopold is daar een voorbeeld van. Zo’n schrijver wil zijn zieleroerselen niet prijsgeven en als hij het bij uitzondering wel doet, wantrouwt hij de reacties. hebben de collega-schrijvers of critici het wel echt begrepen of steken ze de draak met hem?
Over een uitgever zei Leopold eens: ‘Die man sprak over geld. Hij wilde van de uitgave van mijn verzen een voordelig zaakje maken.’ Hij wilde er niets mee te maken hebben en als de uitgave door toedoen van Boutens toch doorgaat, bekent hij: ‘ Het is net, of ze iets van me hebben weggenomen, waar ik erg aan gehecht was.’
Het lijkt of vreemde lezers peuren in een open wond.

Leopold was een vrijwel professioneel pianist. Hij begeleidde een zangeres en toen haar begeleider met wie ze wel optrad een keer ziek was, moest Leopold wel invallen, maar het beviel hem slecht en er kwam zelfs ruzie van.
A.R.H. vroeg Leopold gedichten voor De Gids. Leopold vertrouwde hem omdat hij een invoelend essay had geschreven over ‘Cheops’. De dichter was in kleine kring door zijn ‘Cheops’ beroemd geworden en ARH had de juiste toon getroffen. Later bleek dat ARH niet door had dat het ‘machtig aangezicht’ in het gedicht ‘Voor vijf December’ gebaseerd was op het dodenmasker van Beethoven. De Gids kreeg geen gedichten meer van hem.
Als iemand over zijn gedichten begon, bevroor hij.
Dirk Coster stak de loftrompet over Leopold uit, nogal geëxalteerd, maar Leopold dacht dat hij hem voor de gek hield.

Lees dit fragment uit ‘Voor vijf December’ goed en het is duidelijk waarom Leopold zich zo teruggetrokken opstelt:

En dat dan van dit eerst gedicht

de woorden werden tot een dicht

omtuinen, tot een dubble laan

van stammen rijzig opgegaan

en scherpe takken saamgegroeid,

die overreikend het gezicht

toewiessen, hielden het er dicht,

dat het er stil en ongemoeid,

dat het er zacht is in de lucht, –

dat zóó dit vers een schutsel werd,

dat langen kon tot in de vert’

en al het volgende omheinde,

mijn woorden mochten opengaan

en werend aan weerskanten staan,

tot zij zich sloten aan het einde.

Waar het om gaat bij Leopold is ‘het onvervulbare verlangen naar de volkomen gelijke’, zoals dat van Vestdijk naar Ina Damman. Leopold werd na een korte verloving afgewezen door Fimi Rijkens. In gedichten benadert hij haar.
Later heette de geliefde in zijn gedichten G. of God. Zou Kopland hier aan gedacht hebben in zijn G-gedichten?

(Dick van Halsema, ‘De eigenaardige mentaliteit van Dr. Leopold’, uit ‘Schrijverstypen’)

Advertenties