Virginie Loveling kwam uit een welgesteld, vrijzinnig, intellectueel milieu. Zij had de mogelijkheid om te reizen, naar Italië natuurlijk, maar ook naar Australië. Zij is een van de schrijvers die reizen om er over te schrijven. Veel schrijvers wilden geld verdienen met hun reisverhalen, maar dan moesten ze eerst geld hebben om te reizen. In de zeventiende eeuw reisde Hooft naar Italië, niet om vreemde natuur te ontdekken, maar om kunst te zien, net als veel schilders. Reizen werd populair toen er treinen kwamen, met als gevolg dat er een begin werd gemaakt met het moderne toerisme, dit tot ergernis van de kunstenaars, die in het buitenland zich afkeerden van landgenoten.
Den Doolaard reisde naar toen nog betrekkelijk onbekende gebieden, waarbij hij zich aansloot bij de autochtone bevolking.
Virginie Loveling was geen avonturierster. Zij behoorde tot een reizigerselite en kon gebruik maken van goede contacten, die haar introduceerden, zodat zij bij vrienden van vrienden kon logeren en natuurlijk in goede hotels. Niettemin kreeg zij zo veel heimwee naar huis dat ze haar bezoek aan Australië bekortte en met zenuwklachten terugkeerde naar huis, gedurende een lange bootreis. Toen ze rond de vijftig was reisde ze naar Frankrijk en Italië, waarover zij het boek ‘Een winter in het Zuiderland’ schreef.
Het is een reisverslag, maar gefictionaliseerd en tot literatuur gemaakt. De hoofdpersoon is een vrouw met ongeveer haar naam: Livie Lane. De personale vertelwijze wordt soms afgewisseld met de ik-vorm, een ik die boven de vertelde situatie staat. Het lijkt of deze ik de normale vertelinstantie ontsnapt. Het is ook te zien aan het gebruik van de tijd in het verhaal, waarbij opmerkingen achteraf worden gemaakt, dus tijdens het schrijven en niet tijdens het beleven.
Livie Lane bezoekt musea en de schrijfster vraagt zich af waarom zij dát schilderij bespreekt en niet het andere.
De schrijfster laat Livie vooral kijken naar andere personen; ze wil graag nieuwe mensen ontmoeten, maar blijft soms hangen op een plek uit vriendentrouw. Zij laat zich kennen als een sympathieke, standbewuste dame.

(Lut Missinne, ‘De reizende schrijver in de spiegel’; uit ‘Schrijverstypen’, bundel ter ere van het afscheid van Gilles Dorleijn als hoogleraar)

Advertenties