Elbe bij Dömitz

Nu kijken naar het woelende, stromende water
met de flikkeringen van licht tussen het duister.

Aan de overkant was het leeg, maar vrij, hoe
zou je daar moeten komen zonder brug of veer?

Hij zwom in een blauwachtig hemd, korte broek
nagels geklemd om een pakje op zijn hoofd.

Hij zwom met één hand, wist te weinig van de stroom.
’s Ochtends werkte hij nog in de bakkerij.

’s Middags at hij het verse brood met kaas en vlees.
’s Avonds sloop hij naar het water, op gympen.

Haalde diep adem, zwom met open mond, tot
de stroom hem greep en hij worstelend werd gezien

door soldaten op een boot die hem overvoeren.
Boven hem vloog een reiger naar het oosten.

De Elbe stroomt maar door, nu in het licht van de zon
op weg naar het westen, zo lang het duurt.

Advertenties