Zijn rechterhand is de snuit
van een listig beest, likkend aan
bijtend op en zuigend aan de klanken.

Met een goudglimmend oog loert hij
naar de toetsen. Hij streelt
snoept met zijn gevoelige mond
steeds zijn gretig enthousiasme
buitelend over het klavier.

Hij is een vos, spelend
met zijn prooi, sensitief
een wolf plotseling
razend achter appassionato.

Hij pakt de klanken op
gooit ze omhoog
heeft geen tijd
om ze na te kijken.

Snuivend holt hij verder
alsof hij de leider
van een roedel is.

Tenslotte ligt hij languit
uit te rusten, smakt nog even
doezelt weg en wil alleen
nog maar slapen
op de rand van de vleugel.

Advertenties