Zijn hand omhooggehouden waardoor de klank oplicht
duim gekromd. De melodie in zijn hoofd wil uit de mond
maar daarvoor zijn de zangers die hij stuurt en hoog houdt.

In het koor de statie Jezus onder het kruis, het gouden
licht als achtergrond. Op het houtwerk, de rand, de weckfles
met narcissen, nauwelijks open, daar boven het licht
van de dag, glanzend in het glas.

Wat al niet glanst: de lippen van de alt, het goud
om haar hals, het witte haar van de koorzanger die wacht
op de volgende frase.

In de korte stilte horen we trompetten van een kraanvogel
boven de Ruïnekerk op weg van Extremadura in Spanje
naar de bossen van Finland.

Advertenties