Draag dit dan bij je niet als bezwering
van het noodlot, maar van jezelf.
De troost van het gedicht is
dat er geen troost is, al kunnen de klanken
hardop uitgesproken, rondzingend
in je lijf, je iets langer op de been
of in het zadel houden.

Een vogel vliegt zich te pletter tegen glas
of bouwt een nest voor nieuwe vogels.

Het paard slaat op hol, geschrokken
door een koppel spreeuwen
en jij tuimelt op de grond
of je weet het door gezang te kalmeren.

Advertenties