Er komt altijd een moment in je leven waarin je ouderwets wordt genoemd, zelfs als je nog maar een veertiger bent en filosofie doceert en je een lievelings-leerling hebt, die inmiddels over Horkheimer schrijft en een boerderij heeft in de bergen. Hij verwijt haar dat ze een burgerlijk leven leidt en de oude communistische idealen niet waar maakt. Zij, Nathalie, doet niet mee aan een studentenstaking en dwingt de bezetters haar en haar leerlingen door te laten. Ze geeft gewoon les. Wonderlijk om te zien hoe de frêle Nathalie, met de gestalte van een meisje, al heeft ze volwassen kinderen, gezag afdwingt. De scène wordt niet erg overtuigend gefilmd. De bezetters laten haar eenvoudig door. Ze is erg kordaat en ze kan veel. Zij en haar man hebben een mooi vakantiehuis aan zee in Bretagne. Ze verzorgt met veel liefde de tuin, die er prachtig uitziet. Ze zegt dan ook tegen haar man: ‘Ik hoop dat je vriendin van bloemen houdt.’
Haar man is een beetje onnozel verbaasd dat ze afscheid neemt van het huis. Ze kan er toch nog met de kinderen komen? Maar nee, dat is voorbij. Er wordt veel in de film niet uitgesproken, maar het huis in Parijs zal zij blijven bewonen – al worden de boekenkast nogal leeg als hij zijn boeken heeft weggehaald. Hij zal dan wel bij de nieuwe vriendin intrekken. Hoe lang? Je vraagt je af hoe lang die nieuwe liefde gaat duren. We horen nog wel dat de vriendin vakantie viert in Spanje bij haar familie en dat hij niet is uitgenodigd. Misschien schaamt zij zich voor de oude man, want in tegenstelling tot Nathalie ziet hij er oud uit.

Waarom gaat hij weg? Het huwelijk is allang uitgeblust. Zij gaat ironisch met hem om, maar dacht wel dat hij altijd van haar zou houden. Hij zegt dat dat ook zo is, maar ze neemt er geen genoegen mee. Weg willen en van haar houden?
Zij doet het huishouden, kookt. Hij leest of schrijft of bereidt zijn colleges voor en in het geheim – we zien het ook niet – heeft hij ontmoetingen met zijn vriendin. De dochter heeft het wel gezien en zij dwingt haar vader het te vertellen aan haar moeder. Dat gaat zo: ‘Ik heb iemand ontmoet.’ ‘O?’ ‘Hoe lang al?’ ‘Al enige tijd.’
‘Ken ik haar?’ ‘Nee, ik trek bij haar in.’ En dat is het. Ze gaat niet met spullen smijten. Ze gaat gewoon even weg.
Later zit ze in een tram te huilen en ze ziet haar man op het trottoir met de vriendin en ze vervalt in een zenuwachtig gegiechel. Maar verder kordaat. Kordaat tegenover haar dementerende moeder, kordaat tegenover haar uitgever die vertelt dat ze besloten hebben om haar boeken te restylen of helemaal niet meer uit te geven.
De moeder moet naar een verzorgingshuis, de kat naar Nathalie. Zij zegt allergisch te zijn voor de kat, maar we zien hoeveel liefde zij de kat geeft en hoeveel troost haar de kat biedt, die ze overigens wel naar de boerderij van haar leerling brengt. Ze is daar tijdens de vakantie, wordt een beetje alleen gelaten in het gezelschap of sluit zich niet aan. Haar tijd is voorbij.
Wat is haar toekomst? Het kind van haar dochter. De dochter huilt in het kraambed als ze haar ouders om beurten de baby ziet vasthouden, als de vader alleen vertrekt. (Er zou een film te maken zijn van de vereenzamende vader, hoe hij verliefd werd, hoe hij zijn huwelijk van 25 jaar opbrak, hoe hij bij de vriendin introk, zich daar na enige tijd niet thuis voelde, hoe hij gedumpt werd, hoe hij niet meer bij Nathalie terug kon komen etc.)
Deze film gaat niet diep en dat komt door het koele spel van Isabelle Huppert, door het verzwijgen en niet of nauwelijks tonen van emoties. Nathalie zal het wel redden. Misschien zal ik langer denken aan haar dochter.

Advertenties