Ik vond een woord in een tijdschrift
over oude kerken, een woord als
een in onbruik geraakte handeling
van een stram geworden grafdelver
of timmerman; een prachtig woord
dat kraakte op de tong en ronselig
gleed uit de pen.

Ik sprak het uit, schreef het op
en bewaarde het in een kistje
met oude schroeven, stenen
maar het liet zich niet dwingen
in zinsverband en daarom verkocht
ik het aan een collega die verlegen
was om woorden en het mij liet vergeten.

Na jaren bleek hij het te hebben
doorverkocht zonder winst aan iemand
die het evenmin gebruikte.

Soms kijk ik naar het zilver
in onbruik op papier geplakt, mijn loon
en verlang naar het woord
dat nu als nulpositie ergens
in mijn hoofd vastligt
op weg naar de kist.

Advertenties