Bij de laatste poortjes van het treinstation
stond Pan, onze gids in Guangzhou, en hij keek ons na
groot, gekleed in korte broek en shirt, zijn gezicht
een beetje vertrokken, net niet te veel
voor een man die afscheid moest nemen
van de groep uit Holland, die hij leidde
met wie hij zijn kennis deelde
blij om wat hij wist, waarover hij trots was. Onwelwillend
lid van de Partij, boos over corruptie
over de heren in geblindeerde wagens
die rondreden alsof het grote land
persoonlijk bezit was, waarop zij meer recht
hadden dan een gewone gids en wij
stonden aan de andere kant en wij klapten
in onze handen en wij bogen en keerden
en liepen naar de trein, zagen nog
één maal zijn zwaaiende armen.

Advertenties