omslag 120 x 179 mm 6mei (1)

Gisteren werd bij Philip Elchers het debuut gepresenteerd van Els van Dienteren

Een laat debuut?
Nooit te laat.
Natuurlijk schreef Els van Dinteren al veel langer: observaties, herinneringen, korte verhalen, commentaren.
Maar gedichten nog niet zo lang. Het is snel gegaan. Onder de druk van een groot verdriet ontstonden gedichten, wellicht tot verbazing van de dichter zelf, die wel de noodzaak voelde.

Deze kleine bundel bevat een cyclus gedichten over afscheid en liefde, liefde en afscheid; gedichten die zó persoonlijk zijn dat ze onpersoonlijk worden; wat betekent dat ze gelezen en begrepen kunnen worden door anderen, omdat ze herkenbaar zijn. We zijn allemaal in wezen meer gelijk dan verschillend.

‘Roekeloos ontknoppen’ heet de bundel: gaat het niet vaak zo in de liefde? We vragen ons niet af of het verantwoord is; we moeten toegeven aan de drang tot bloei.
Maar de bloei leidt noodzakelijk tot nabloei en uiteindelijk tot verval.
We worden er duizelig van:

vertigo
zonder aanwijzing of bericht heb je
het vertrouwde zelfgebouwde nest verlaten
ik wacht, verstoken van je tederheid
hoe ver ben je gevlogen?

vastgeketend in een hoofd met dons
en een kapstok vol herinnering
vlieg je door een heg met doornen
je laatste pak zo linnengrauw – de schering

los van inslag- en aderen als rood koraal
het hoofd nog trots geheven maar geen poot
om op te staan bewoon je nu het laatste huis
de hoge rots, zo hard, zo kaal, zo koud

oh lief, je weet niet meer wat vliegen is
=
Wat dit gedicht zo effectief maakt zijn vooral de tegenstellingen: zonder aanwijzing is het vertrouwde nest verlaten.
de ik is vastgeketend in een hoofd met dons, hard-zacht, kapstok,herinnering; wegvliegen door een heg met doornen; aderen als rood koraal; van zacht nest tot kale, koude rots. En dan die prachtige regel: ‘je laatste pak zo linnengrauw – de schering.

En dat is nog maar het eerste gedicht. De oplage van 75 exemplaren is overigens al vrijwel uitverkocht. Er komt geen tweede druk. Misschien wel een tweede bundel.